column_tape_deck1

Fluoriserende klikklakkers

Geld om een cassettedeck te kopen had ik als dertienjarige meid niet. Dat lag niet aan mijn ouders. Ik kreeg elke week trouw mijn zakcentjes. Fl. 5,-. Op zondag. Zodra ik mijn zakcentjes kreeg sprong ik op mijn fiets, voorzien van fluoriserende klikklakkers aan de spaken (hebben die dingen eigenlijk een naam?).

De finishing touch was een bierviltje dat met een wasknijper aan de vork was bevestigd met de ene kant, en waarvan het randje de spaken net raakte. Een pokkeherrie maakte dat als je begon te fietsen.

Er was vroeger maar één plek waar je je zakgeld kwijt kon op zondag. Koopzondagen bestonden nog helemaal niet. Ik was kind aan ziekenhuis op zondag. Daar kocht ik elke week braaf een Hitkrant of Bravo. De Hitkrant kocht ik voor posters van knappe jongens, van popgroepen, waar ik nog nooit van gehoord had. Mijn vriendinnetjes deden dat namelijk ook. Achteraf gezien bleek dat ik onder een hemel van posters met daarop The New Kids on the Block en Take That heb geslapen. Gelukkig had ik toen ook al enig gevoel voor wat goede muziek is en vooral wat níet. Het behoeft geen betoog dat ik geen boybandliefhebber ben geweest. Ik kan uiterlijk en zangtalent goed van elkaar scheiden.

De Bravo kocht ik voor de teksten van top-40 platen die altijd achterin stonden. Verder kon ik namelijk nog geen woord Duits lezen. Als bakvis (“meisje dat nog niet volwassen is, dat veel giechelt”) was mijn buitenlandse vocabulair niet erg uitgebreid. Ik denk dat ik het mama-appelsapjesfenomeen al stiekem op mijn slaapkamer heb uitgevonden. Ik had namelijk écht zangtalent, dacht ik. Ik oefende elke dag op mijn kamer, bij gebrek aan een microfoon met een, jawel, haarborstel in de ene hand en de songteksten uit de Bravo in de andere hand. Slecht klonk het niet op mijn kleine kamertje en in de douche klonk het nog veel beter. Urenlang oefende ik voor de spiegel in de badkamer. Sinds ik de voorrondes van de allereerste Idols heb gezien, weet ik wel beter. IEDEREEN kan zingen in de douche. Echt waar, íedereen. Ik wist niet hoe ik mijn “talent” aan de man kon brengen. Gelukkig had ik in mijn glorieperiode geen internet of Youtube om mijn talent te delen. De droom om zangeres te worden heb ik daardoor op tijd opgegeven. Gelukkig maar.

Mijn beste vriendinnetje had een draagbare casseterecorder. Een miniatuur gettoblaster is misschien wel de meest goede omschrijving. Een mooie witte met felgekleurde knopjes. Roze en mintgroen. Echt een meidending. Toen mijn vriendinnetje jarig was, kreeg ze haar felbegeerde stereotoren! Heel blij was ik toen zij eindelijk haar stereotoren mét cd speler kreeg. Ze had me namelijk beloofd dat ik haar vette witte mini gettoblaster mét antenne én cassetterecorder mocht hebben! Eindelijk had ik dan een eigen casseterecorder en deed de radio het ook zonder ingewikkelde ijzerconstructies.

Door mijn wekelijkse terugkerende drang om de Hitkrant en Bravo te kopen, werd het bij elkaar sparen van nieuwe LP’s of singles namelijk een onhaalbaar doel. Ik had geen geduld zakgeld te bewaren om er ook maar één zelf bij elkaar te sparen. Tot die tijd moest ik het maar doen met de LP’s van mijn ouders. Pussycat, Bruce Springsteen, Neil Diamond… De LP van Grease heb ik grijs gedraaid. Net als “Aftermath” van de Rolling Stones, waarvan “Paint it black” toch wel mijn favoriet was. Gelukkig was dit het eerste nummer van de LP, wat me een hoop gefriemel met de pick-upnaald heeft bespaard. Handig was ik daar namelijk niet mee.

Gespannen zat ik op een zaterdagmiddag in de winter op mijn zolderkamertje te wachten tot de Top 40 begon. Mijn linkerwijsvinger op de playknop en mijn rechterwijsvinger op de recordknop. Het duurde niet lang voordat ik erachter kwam dat links en rechts tegelijk een knopje induwen niet zo eenvoudig is, en toch enige oefening vergt. Plaspauzes hield ik onder liedjes van Take That en consorte. Week na week stelde ik mijn eigen bandjes samen. Altijd was het weer een uitdaging om op tijd een opname te starten. Die verrekte dj’s met hun gelul altijd tussendoor. “En dan de klapperrrrrr van de week, tjop tjop tjop…” en ondertussen was alweer de halve plaat voorbij. Af en toe heb ik ze vervloekt!

De bewuste cassetterecorder ligt nog altijd bij mij op zolder. Alleen de radio werkt nog, maar het is toch een stukje nostalgie waar ik geen afstand van kan doen. Van woning naar woning heb ik hem altijd meegezeuld. En geloof me, ik ben al heel wat keren verhuisd. Bij elke verhuizing is deze radio het eerste dat ik meeneem. Als ondersteuning bij de, vaak nachtelijke, verf- en laminaatlegklusjes. Ook bij mijn laatste verhuizing, een jaar geleden heeft het zijn dienst bewezen. Het mooie weer komt er weer aan…tijd om de tuin op te knappen en mijn trouwe vriend weer van zolder te halen.

M@non

  • http://www.facebook.com/nijneman Michiel Pronk

    Maar wat als ie nou ooit stuk gaat? (zoals ooit bij mijn radio gebeurde…)

    • Marc

      Je mag de mijne dan huren voor E20,- per dag! handel!

    • M@non

      Dan heb ik weer nieuwe stof voor een column!

  • http://www.facebook.com/claudia.sistemich Claudia Sistemich

    Oh wat heb ik toen een goede keuze gemaakt! Onze beste vriend in die tijd is nog altijd bij je :-)

beatsessions.com essential dutch edm platform